Open Brief aan Koen D.

Beste Koen

Je viel me op. Je was een van de reacties op de recente opiniestukken over het optrekken van de roerende voorheffing op auteursrecht, die schouder aan schouder negatief waren en de schrijvers tot een linkse elite herleidden. Maar jouw reactie viel op omdat je ze copy-pastete en ze onder elk opiniestuk telkens herhaalde of varieerde. Je zal het wellicht niet erg vinden dat ik ze hieronder ook voor het gemak even overneem:

De regeling voor de auteursrechten is ronduit een schande! Een alleenstaande met een bruto-loon van 50.000,00 euro per jaar betaalt 18.755,19 euro belastingen voor inkomstenjaar 2012, indien dit een kunstenaar zou zijn, betaalt hij of zij slechts 5.852,25 euro belastingen. Vanaf 2013 zou dit slechts 9.753,75 euro worden. Laat ze dus eens gewoon belastingen betalen!!! En de heren en dames met de grote K worden daarnaast nog eens veel met subsidies (dat is belastinggeld) allerhande overladen!”

Met de rekenmachine in de hand klopt het ook wat je hier schrijft. Maar als je er bijvoorbeeld ook het inkomensonderzoek van de Vlaamse Auteursvereniging erbij neemt, zal je begrijpen dat die maximumbarema’s voor de grote meerderheid van de auteurs een utopie is, dat je als auteur al blij mag zijn als je 10.000 euro bruto uit je auteursrecht kan halen. En dat we niet zozeer moeten praten over wat je aan belastingen betaalt, maar over wat je aan het eind van de maand overhoudt om van te leven. Daar kijk je als mens op de eerste plaats naar, nietwaar?

Ten tweede kan je, het duidelijkst in het opiniestuk van Erwin Mortier, lezen dat de betaling van auteursrecht onder het mom van roerende voorheffing niet een gunst is, maar een wat dwaze kronkel van de Belgische regering die niet weet hoe ze creatieve beroepen financieel moet kaderen. Auteurs en andere kunstenaars hebben vijf jaar geleden het systeem gedoogd omdat het een verbetering was met het systeem ervoor. Dus ja, omdat ze er meer aan overhouden. Maar echt stroken met de werkelijkheid doet het niet. Mortier legt mooi uit hoe je een investering van jaren in een kunstwerk bij het verkopen ervan in één keer terugverdient, maar de return ervan niet over diezelfde jaren kan spreiden. En dat is een probleem dat de kunstenaars al jaren aangeklaagd hebben en nu terug zullen moeten aanklagen, in de hoop dat er nu wel een realistische oplossing komt.

Weet je, Koen, ik heb wat compassie met de karikatuur die uit jouw reactie spreekt. Niet met jouzelf, jou ken ik niet. Maar Ik heb compassie met al wie zo geborneerd is op geld, op de cijfers, die zo verlangen om geld te hebben dat ze hun echte verlangens niet meer kennen. Dat ze vergeten zijn dat geld een middel is om iets te realiseren en niet een doel op zich. Die in hun kennis van de verlangens van hun naasten niet verder komen dan een envelop met geld voor zijn of haar verjaardag. Dan denk ik: hoe jammer dat we van elkaar niet meer weten wat jij graag hebt, graag ziet, graag draagt, graag hoort.

Ik weet ook wel dat het niet altijd gemakkelijk is om te weten waar je verlangen naar uit gaat. Ik heb er zelf lang over gedaan om te ontdekken hoe onmisbaar het schrijven voor me is en dat het dan maar moet om organisatoren lastig te vallen met de vraag: ‘Hoeveel betaal je voor mijn voordracht, mijn publicatie van een gedicht?’ omdat het de enige manier is om uit het hobbyisme te geraken met mijn passie, mijn verlangen. Of om een subsidiedossier op te stellen, gewoon omdat ik weet dat ik anders financieel in de problemen kom. Want ik heb ook een lening af te betalen. Ik heb ook een kind op komst, met alle bijhorende lusten en lasten. Dus ja, ik vraag me af hoe ik 2013 door kom en ja, ik dien dan maar een subsidiedossier in. Waarbij het aan een commissie is om te beslissen of mijn werk een meerwaarde is voor het literaire veld en/of de maatschappij.

Het moet voor mij, want de financieringswijze van een boek klopt nu eenmaal niet. Met onze creativiteit als auteur zorgen wij rechtstreeks dat uitgevers, drukkers, vormgevers, tekstcorrectoren, distributeurs, boekhandelaars en bibliothecarissen werk hebben en dat journalisten en recensenten iets hebben om over te schrijven of te praten. In bedrijfstermen zijn wij een werkgever, in werkelijkheid zijn we een kleine zelfstandige die met het bedrijf ‘uitgeverij’ een contract afsluiten en die (samen met de vormgever en de tekstcorrector) de kleinste hap uit het budget krijgen. Als ik een rechtvaardig loon zou moeten vragen voor mijn boeken, dan zou de prijs van de meeste boeken zonder overdrijven wellicht het vijfvoudige bedragen van vandaag. En dan zou een boek pas iets voor een elite worden. Die investering van de regeringen in zowel auteurs, bibliotheken, speciale uitgaven, vertalingen, enz. zijn net bedoeld om ervoor te zorgen dat ook jij, Koen, een boek kan lezen. Nu is de prijs van een boek betaalbaar. En wil je meer lezen dan je budget aankan, dan kan je nog altijd naar de bibliotheek in je buurt. Ze zorgen in het geval van de literaire sector voor een democratisering, net zoals ze musea subsidiëren zodat jij ook de mogelijkheid hebt om die te bezoeken.

Dus als jij verlangt om een boek te lezen, dan kan je dat dankzij de bestaande financiële regelingen. Als jij iemand in je omgeving kent die graag leest (of kookt of naait), dan kan je hem of haar een boek cadeau doen dankzij de bestaande financiële regelingen. En als mijn verlangen eruit bestaat te schrijven, dan kan ik mijn droom proberen te realiseren dankzij de bestaande financiële regelingen.

Als er de laatste dagen veel emotionele reacties waren op een detail uit de nieuwe wetsvoorstellen, dan stoorde het mij ook – misschien wel samen met jou – dat de auteurs slechts op hun strepen stonden als het over hun eigen geld gaat. Maar ik hoop dat je begrijpt dat hierin een onderliggende wrevel meespeelt tegenover een boekhoudkundige kwakkel waarbij auteursrecht op hetzelfde niveau als aandelen geplaatst werd. Dat is niet wat de kunstenaars hadden gewild.

Ten tweede wil ik je uitnodigen om samen met mij de regering niet met de rekenmachine te gaan beoordelen, nl. halen ze de Europese begrotingsnormen? Want dat is mager, dat is een karikatuur van een regering. Laten we ons echter de vraag stellen: in hoeverre ondersteunt de regering zijn inwoners om zijn of haar dromen te realiseren? En welke dromen vindt ze belangrijk genoeg om te ondersteunen? Welke visie spreekt er uit de besparingen, welk beleid? En dan denk ik dat jij, Koen, en ik het grotendeels eens zullen zijn dat we dat beleid niet of onvoldoende zien. En dan zijn al die kunstenaars, al die heetgetemperde schrijvers de kanariepieten in de koolmijn. En ben je ze beter dankbaar dat ze erop wijzen dat er ondoordachte keuzes door de regering gemaakt worden.

One thought on “Open Brief aan Koen D.

  1. Mag ik blij zijn dat ik Koen D. niet ken, of zelfs ronduit gelukkig? Ik moet deze vraag open laten. Overigens zijn belastingschalen wat men in België verkeerdelijk ‘barema’s’ noemt, een woord dat in het Nederlands niet bestaat. Toen onze auto door het bareel reed, werden we door de trein onderschept. Zover kan het gaan. Blij ben ik vooral dat je in blijde verwachting bent, samen met je vrouw. Dat je zo stilaan je weg vindt, of er nog aan timmert. Ik reed verleden week nog voorbij de bib in Menen, op weg naar mijn oom die net weduwnaar geworden is. Ik zag meteen weer die bizarre optocht waarin wij meeliepen achter je aan…. Dank ook en proficiat dat je voor WordPress gekozen hebt. Hou je haaks.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *