er is een spookrijder gesignaleerd

“Elk gedicht in de bundel heeft 13 regels, en op een gegeven moment lette ik bijna niet meer op de plaatselijke inventiviteiten binnen de gedichten zelf, maar vooral op hoe die 13 regels ritmisch steeds anders worden ingedeeld, en ik werd steeds nieuwgieriger naar elke nieuwe oplossing. Dat maakt de bundel als geheel sterk, vooral: sterker dan de som van de losse, al te losse gedichten op zich.”

Samuel Vriezen, Kleine leesaantekeningen

*

“een gedurfde bundel met een performatief karakter […] Maar door het gebruik van veel taalregisters en de verborgen betekenislijnen in deze bundel, is Roelens’ poëzie wel beloftevol, maar nog te veel een ongeleid projectiel.”

Paul Demets, Ongeleid projectiel (in De Morgen)

*

“Het meest beklemmende is dat […] formuleringen in andere gedichten herhaald worden en lichtjes evolueren, muteren bijna.”

Sylvie De Coninck, Tegendraads (in Knack)

*

“Hier toont zich derhalve in die zin een zwart wereldbeeld dat wordt vastgesteld dat overal oplossingen voorhanden zijn maar dat ze je geen moer verder zullen brengen. Een bewaarengel niet en een padvinderssolutie in geval van een overstroming niet. Waar we ons ook aan vastklampen.
[…]
Drama ten top. Heruitgevonden barok.”

Erik Jan Harmens, Waar we ons ook aan vastklampen (in De Groene Amsterdammer)

*

“De bundel is zorgvuldig gecomponeerd en ook de vormgeving is opvallend. Op elke rechterpagina staan twee gedichten, die soms associatief met elkaar in verband zijn te brengen, maar het is ook mogelijk de bovenste gedichten als een doorlopend verhaal te lezen en de onderste eveneens, als een soort commentaar daarop.
[…]
Fraaie regels, zelfs onvervalste lyriek duikt op tussen typografische grapjes en koude readymades. […] Pas bij herhaalde lezing komt de bundel tot leven.”

Piet Gerbrandy, Ik droom moeilijk en vooral over de vaatwas (in Volkskrant)

*

“[P]oëzie moet zingen, moet muzikaal zijn, en met muzikaal bedoel ik: moet meer doen dan een beetje allitereren .
[…]
Kortom: ik weet het ook niet. Roelens (sic) debuut verschaft mij vooralsnog geen enkel aanknopingspunt. Hij ‘gaat’ nergens over. Het lijkt wel alsof er in deze bundel iemand achter dubbel glas staat te mompelen.”

Chretien Breukers, er is een spookrijder gesignaleerd (op Poëzierapport)

*

“De man heeft lef, lol, avontuur, waardoor hij “het grijs glooiend laagland” van de Vlaamse poëzie overstijgt. Hij is voor mij echter nog te veel entertainer en te weinig “dichtende” schrijver. Zijn debuutbundel is een mooi toverboek geworden, dat is zeker, maar ik verwacht uit zijn toverstok bij een volgende optreden minder de spookrijder maar meer de dichter die zijn voorrang neemt.”

Thierry Deleu, Xavier Roelens, spookrijder of dichter? (op De Geletterde Mens)

*