Democratische literatuur. Een reactie.

Soms kun je het met een tekst eens zijn en er toch op willen reageren. Want hij behoeft een kader, dat de onwetende lezer onthouden wordt.

Meer dan een jaar geleden is Tomas Ooms bij me langs gekomen om me te interviewen. We hebben gepraat over mijn internetactiviteiten uit het verleden, over waarom ik daar nu nog weinig mee doe en over mijn nieuwste project, dat strikt genomen geen digitaal poëzieproject is. Ik ontving in september 2013 een versie van de tekst ter goedkeuring. Ik bewonder in elk geval de moed van de redactie van Rekto:Verso om nog een jaar lang te werken op dit artikel tot het voldoet aan de standaarden die we van al hun artikels mogen verwachten. Met andere woorden: ik herken het oorspronkelijke artikel niet meer in dit eindresultaat. En dat is een compliment.
Maar ook mijn eigen project is al veel veranderd op een jaar tijd. In het artikel lees je nog het wat vage, misschien zelfs geheimzinnigdoenderige formuleren dat ik in het gesprek gebruikt zal hebben. Ook de kritiek dat het nog te pril is op het vlak van interactie, heb ik al lang zelf bedacht. Over die zoektocht naar interactiviteit, naar een democratisering van poëzie, naar een in gesprek gaan rond gedichten met andere mensen zou ik vandaag veel interessanter dingen hebben kunnen vertellen. Ik publiceerde hier eerder al eens een groepsgedicht gemaakt in workshops. Wat mijn project rond de vroegste herinnering van mensen betreft, ben ik van plan om de geïnterviewden ook eerste lezers te laten zijn en rekening te houden met hun feedback. In het nawoord bij mijn gedichten in nY #20 ga ik daar ook kort op in. Tot slot plaatste ik vorige week nog op mijn facebookpagina een essay in fragmenten. Het voorlaatste fragment daarvan klonk als volgt:

Een open-sourceliteratuur is een literatuur die zijn kwetsbaarheid, zijn onafheid deelt en laat bekneden door de lezer. Is een literatuur die de schotten tussen schrijver en lezer wegneemt. Is een ruimte waar mensen over hun visies op een tekst kunnen praten en waar de eindverantwoordelijkheid uiteindelijk gelijkelijk bij iedere deelnemer ligt. Is een leerschool in loslaten. Is een democratische literatuur.

Dit is meer dan louter marketing. Dit is een filosofie die ik nu duidelijker dan een jaar geleden voor me zie.

En zelfs die marketing hoeft niet iets vies te zijn, zoals het in het artikel klinkt. In zekere zin zit in communicatie altijd iets van marketing. Ik zie Rozalie Hirs bijvoorbeeld op Facebook dit artikel delen, omdat ze blij is erin vernoemd te worden. Op die manier wordt het artikel ook marketing voor een auteur.
De vraag is alleen wat je wilt marketen. Mijn doel is om mensen weer in aanraking te brengen met poëzie en poëzie heeft voor mij de macht om ons te doen beseffen dat er in de wereld meer is dan het individu. Ik speel graag met mijn kennis van de poëzie begeleider, bijvoorbeeld in workshops, maar dus ook door mensen te interviewen en vervolgens te betrekken bij het ontstaan van een gedicht. Ik vertel hen per mail over de evolutie, zodat ze er voeling mee krijgen. Het gaat daarbij niet om de marketing van een brand of product, want iedereen zal het gedicht gebaseerd op zijn of haar ervaring gratis te lezen krijgen. Ze hoeven niets te kopen als ze dat niet willen. Het gaat mij om iets immaterieels: een manier van denken, van openstaan voor de wereld. Dat is kwetsbaar durven zijn. Maar als we als mens niet in die kwetsbaarheid durven te staan, dan verliezen we ook onze menselijkheid. Daarom wou ik dus reageren op de tekst. Om de menselijkheid van die 365 interviews, al die kleine mooie momentjes te beschermen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *