Bart Meuleman: theaterteksten stimuleren de fantasie

In het Basisjaar Literair Schrijven krijgen de deelnemers lezingen van bekende auteurs aangeboden. Dit jaar heb ik me voorgenomen om van elke lezing een verslag te maken. Vandaag mijn verslag van de lezing over toneelteksten Bart Meuleman op 13 november 2013.

We moeten niet flauw doen. Bart Meulemans lezing beloofde er eentje voor een minderheid te worden. Meer bepaald voor die kleine groep mensen die graag theaterteksten leest. Of voor connaisseurs van modernistische klassiekers als Maurice Gilliams (Gregoria en Man in de mist), Marguerite Duras (Half elf zomeravond) of Franz Kafka (In de strafkolonie / het hol). Allen werden ze ooit door Meuleman tot toneel verwerkt. En zijn ze al een tijdje overleden, dus minder bekend. Meuleman mag dan wel willen beklemtonen dat dat ten onrechte is, zouden we na zijn lezing vooral zin krijgen om die oude romans en korte verhalen vast te nemen? Of kregen we eerder zin om een toneelversie van pakweg Vijftig tinten grijs te maken?

 

De kunst van theaterteksten lezen

Meuleman legde aan het begin meteen uit dat je geen roman voor toneel mag willen bewerken omdat je het een prachtige, ontroerende tekst vindt. Ontroerd worden doe je als voorbeeldige toeschouwer, maar als maker moet je uit die rol geraken. De centrale vraag als maker is: wat kan je aan een tekst toevoegen en/of verbeteren?

Theaterteksten zijn per definitie zo geschreven dat je iets kan toevoegen. Ze laten veel ruimte aan de regisseur. Meuleman merkte op dat mensen die graag theaterteksten lezen, een minderheid zijn omdat het net een kunst op zich is. Je moet als theatertekstlezer je fantasie extra stimuleren en de tekst gaan aanvullen, want er is enkel het spreken. Je krijgt geen beschrijvingen van de omgeving, geen psychologie van de personages of inzicht in hun denken. Al wat mensen tegen elkaar zeggen, moet je in de ruimte waarmaken als lezer en regisseur: ‘Een theatertekst is veel meer een partituur die je naar de Voorstelling moet tillen.’ Net omdat ze de fantasie enorm kunnen prikkelen, opende Meuleman met een pleidooi voor het lezen van theaterteksten.

 

Het aarzelende bevragen van een modern werk

Maar waarom is hij dan van theaterteksten overgestapt naar de volgeschreven romans van Gilliams en Duras? Meulemans reden was persoonlijk. De moderne wereldliteratuur heeft hem in zijn tienerjaren gevormd: Kafka, Proust, Beckett, Borges, Thomas Mann. Hij voelde dat hij – zoals bijvoorbeeld Luk Perceval teruggrijpt naar zijn ongelukkige jeugd als motor voor zijn toneelbenadering – ook wil teruggrijpen naar de boeken uit zijn jeugd en naar de gekoesterde ervaring van het in stilte lezen. Daarom is hij gestopt met theaterteksten schrijven en is hij de laatste jaren vooral met bewerken bezig geweest.

Hij koos daarbij niet de meest ontroerende werken. Met de gekozen werken wou hij onderzoeken of ze nog relevant zijn, of je ze vandaag nog kunt vertellen: ‘Ik hoop ze te kunnen verdedigen, maar ik ben er op voorhand nooit 100% zeker van.’ Er zit met andere woorden telkens ook een zekere aarzeling in en sommige teksten wekken bij momenten wrevel op en vertonen een gemis. En het is dat gemis, dat gebrek waar de fantasie en het complementerende denken van de regisseur mee aan de slag kan. Daar is er ruimte om iets toe te voegen voor Meuleman.

Hij zoekt naar wat er niet in staat, wat er verzwegen, onvatbaar onder en langs de tekst schuurt en wat hij met theatrale elementen zichtbaar kan maken. Daarbij moet wel de geest van het werk intact blijven. Meuleman wil niet zomaar een tekst toe-eigenen om een eigen verhaal te vertellen, zoals vele regisseurs met theaterklassiekers van Shakespeare, Tsjechov en anderen doen. Meuleman heeft omgekeerd ooit afgezien van het brengen van Wachten op Godot van Samuel Beckett, onder andere omdat de erven Beckett zo rigide bepalen hoe het moet gespeeld worden dat hij er als regisseur zijn eigen fantasiebeeld niet meer kon naast plaatsen. Ook rigiditeit doodt de geest van een werk.

 

Twee voorbeelden: Gregoria en en Half elf zomeravond

Tegelijk zijn de tekstkeuzes heel intuïtief en snel genomen, als une idée folle, verzekerde Meuleman ons. En het werken aan de bewerking is heel arbeidsintensief. Er zijn altijd grote en kleine knopen die opgelost moeten worden.

Voor Gregoria bijvoorbeeld lag de grote uitdaging in het feit dat de roman geen enkele dialoog kende. Een gedistingeerde man blikt terug op zijn eerste huwelijk, dat zes weken standhield. De roman bestaat uit louter beschrijvingen van situaties en de eigen gedachten van de hoofdpersoon. Tegelijk zindert onder de hoogdravende stijl een wereld van verlangens en begeerten die onbenoemd blijven.
Meuleman maakte een radicale keuze. Hij haalde uit de roman, die op zich al onaf is gebleven en wisselend van kwaliteit is, die sterke passages die samen ook het verhaal kunnen vertellen. Die hele tekst liet hij inspreken door het hoofdpersonage. Deze voice-over vormde de eerste laag, de verheven laag. Tegelijk en ondertussen speelde zich op het podium een tweede wereld af, die net dat tikje aardser en perverser is dan de roman zelf. De twee werelden waren allebei beklemmend, maar in een andere toonaard.
Meuleman maakte zijn verhaal tastbaar aan de hand van een dvd-fragment. Daarin toonde hij de eerste tien minuten van het stuk. Je zag meteen ook wat hij bedoelde met het verstilde lezen dat hij tot leven wou wekken. Het stuk straalde een traagheid uit waar je moest van houden. Ik had in elk geval spijt dat ik het stuk nooit gezien had.

Na die radicale keuze om het verhaal op een bepaalde manier te vertellen, moet je als regisseur allerlei particuliere problemen oplossen. Hoe vloeit het ene gekozen fragment in het volgende over? Hoe maak je scène-overgangen? Elk probleem vraagt om een oplossing in de geest van het stuk, er zijn geen algemene oplossingen. Maar Meuleman maakte met een tweede dvd, die van Half elf zomeravond, wel duidelijk hoe hij in dat stuk bepaalde vragen oploste. De algemene uitdaging was hier om van een heel ijl boek in de derde persoon een toneelstuk te maken. Vooral de vele klimaats- en landschapsbeschrijvingen vormden een uitdaging. Ze vormen namelijk tegelijk de barometer voor de gemoedstoestand van de personages: een alcoholverslaafde vrouw, haar man, haar vriendin en vermoedelijke minnares van de man en haar dochter zijn samen op vakantie in een broeierig heet Spanje. Meuleman koos ervoor om de beschrijvingen in het spreken van de vrouw te trekken. Door over het landschap te praten, kon ze veel over haarzelf kwijt, zonder haar problemen rechtstreeks onder ogen te zien. Ook de grens tussen waan en werkelijkheid behield en versterkte hij zelfs in de voorstelling.

Op een bepaald moment moet de vrouw vanuit een graanveld, waar ze een moordenaar naar hielp ontsnappen, terug in haar hotel terechtkomen. Hoe los je dat op, als bovendien de mogelijkheid opengelaten moet worden dat die hulp aan de moordenaar slechts een droom van de vrouw is? Meuleman loste dat op met een werkelijk fenomenaal dansduet tussen de vrouw en de moordenaar (een rol zonder tekst, gespeeld door een danser in de voorstelling).

 

En de toekomst?

Ik moet zeggen dat ik na dit fragment nog te weinig aangrijpingspunten had om zelf aan de slag te gaan. Ik miste concrete tips in de lezing. Ik leerde alleen dat er magistrale oplossingen bestaan. Het zou aan mij zijn om me daar niet door te laten ontmoedigen en me te gooien.

In het vragenrondje gingen we in op zijn nieuwste project: De verwondering van Hugo Claus. De week na de lezing begonnen de repetities. In tegenstelling tot wat men vaak hoort van theater, bereidt Meuleman alles tot in de puntjes voor. De tekst en de enscenering was in principe af. De muziek moest nog gemaakt worden – zijn vaste geluidsman had als input ‘accordeon’ meegekregen en verder vertrouwde hij hem blindelings – en sommige details konden nog veranderen. Maar vele lange nachten hadden zijn vruchten opnieuw afgeworpen.

Meuleman vond het een goede oefening in theatrale fantasie om een bestaand verhaal om te werken. Wat heeft het verhaal allemaal niet nodig om toch nog recht te blijven? Wat is de kern van een verhaal? Door het te strippen van al het onnodige leer je het verhaal beter kennen. Hij wees er tegelijk op dat het een arbeidsintensieve bezigheid is en dat je achteraf wellicht die boeken nooit meer ter hand wilt nemen. Gevraagd naar volgende boekenplannen zei hij, wat verwonderlijk, dat hij het een beetje gezien had. Het maken van De man in de mist was nog een verlichting geweest, omdat hij daar vanuit de volledige tekst van het korte verhaal van Gilliams kon werken. Hij hoefde er niet eindeloos aan te puzzelen. Maar nu, na Claus, ontstond weer het verlangen om een eigen stuk te gaan schrijven.

Terugblikkend op de lezing heeft Meuleman niet echt de drempel verlaagd. Hij heeft zowel het vele werk getoond als de prachtige resultaten. Hij zal eerder passies getemperd hebben dan ze aangewakkerd. Maar hij heeft mij in elk geval ook het gevoel gegeven dat ik zijn volgende stuk deze keer niet wil missen. Want zijn theater staat er als een huis, daar overtuigden de fragmenten mij van. En ook zal ik een volgende keer dat ik een toneelstuk lees, niet klagen over een gebrek aan tekst, maar over een gebrek aan fantasie. Bij mezelf.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *