suspension of disbelief
Topic: zijgedachte|Het kan altijd eens gebeuren dat een boek tegenvalt. Een voorpublicatie van Het grote uitstel van Marc Reugebrink bijvoorbeeld trok me aan door de stijl, maar ik heb bij het lezen van de roman zelf nooit echt het gevoel gehad dat ik dé jaren 70-roman aan het lezen was. Daarvoor spitst deze roman, die eigenlijk uit drie novellen met hetzelfde hoofdpersonage bestaat, zich te zeer op dat ene personage toe, en daardoor op maar op één aspect van die tijdsspanne. Een aspect dat me, in deze verhalende vorm, niet kon boeien.
Nu ik na enkele maanden aan de roman terugdenk, is hij vooral de roman van een stem, namelijk die van de alwetend-onzekere verteller. Voor mij zegt het voortdurende zoeken naar woorden en de zelfbevragende ‘tone of voice’ (de verteller geeft vaak zijn graad van zekerheid mee voor zijn formulering van de gevoelens en gedachten van de personages) meer over de crisistijden van de jaren zeventig en tachtig dan de gebeurtenissen in het verhaal en de me niet overtuigende spiegeling die de auteur in die gebeurtenissen gestoken heeft.
Het kan altijd eens gebeuren dat een boek tegenvalt, maar anders is het gesteld wanneer er fouten in een boek optreden. De anachronismen in Datumloze dagen van Jeroen Brouwers hebben voor mij het boek verpest. In het boek vertelt een terugblikkende oude man over de relatie tot zijn eerste vrouw en tot zijn enige, door hem ongewilde zoon. De afstotende krachten zijn met een ongelooflijke taalvirtuositeit beschreven, maar op het ogenblik van de bevalling loopt het mis. We krijgen het nog ongeboren kind te zien op een computerscherm en iets later botst de van zijn lot vluchtende man tegen een cliniclown aan. Ondanks het ontbreken van absolute tijdsaanduidingen in het boek (het heden van het verhaal speelt zich af na 9/11 en dat is het zo een beetje) wijst alles erop dat de zoon eind de jaren zestig geboren wordt. Toen werden de eerste, groezelige foetusfoto’s ontwikkeld - maar zeker nog geen bewegende beelden op een computerscherm - en was er van cliniclowns allerminst al sprake.
Vanaf dat ogenblik in het verhaal heb ik hoofdzakelijk voortgelezen op zoek naar bewijsmateriaal dat de auteur en redacteur géén fout gemaakt hebben, maar bewijzen daarvoor heb ik niet gevonden. Het genieten van de taal (ik zou hier graag bijvoorbeeld de omschrijving van die absurde cliniclowns citeren, maar ik vind het boek niet meer in mijn boekenkast) heeft het doorbreken van de ’suspension of disbelief’ niet kunnen compenseren.
Geen enkele recensent heeft bij mijn weten ook maar iets van deze anachronismen vermeld. Ben ik dan de enige die zich hieraan gestoord heeft?
x
1 Comment »