De autobibliografie van Xavier Roelens

header image

 

Huis-, tuin- en keukenvlijt

Topic: boekenkast|

L’histoire d’un amour fou is, ondanks het ontbreken van een happy end, een kinderboek. Het maakt (visueel) gebruik van archetypische figuren (de man met de snor, de vis, het zeewier en de Japanse dames) en het verhaal rijmt ongedwongen en speels. Zo opent het verhaal met:

Een man met een snor was niet meer content.
Hij had zijn buik vol van het continent.

Die speelsheid zit ook in de inventieve blauwe vlekken die de achtergrond van de meeste bladzijden vormen, in het letterteken { dat achtereenvolgens als snor, kader voor een plattegrond, wolkbreuk, vishaak en lustobject voor Japanse dames dienst doet, in het gebruik van verschillende lettertypes, zowel handgeschreven, typmachineachtig als gestempeld. Daar komt nog eens bovenop: het voelen van de bestikte harde kaft, het tussen de vingers nemen van de stevige bladen (ik gok 150 gr) waar je bijna niet aan ziet dat ze gewoon uit een goede printer komen, het lastige, maar toch zo voorzichtig mogelijke draaien van de bladen rond de visdraden die ze bij elkaar houden, de woordenboekbladzij die gebruikt werd om de rug te verstevigen,…

Kortom, L’histoire d’un amour fou is in werkelijk alle opzichten een bijzonder staaltje huis-, tuin- en keukenvlijt. De auteur, Anna von der Mühle, heeft zichtbaar plezier beleefd aan het eigenhandig maken van elk boekje en dat plezier is besmettelijk. Ontdek bijvoorbeeld hier hoe niet de man de vis, maar de vis de man aan de haak slaat. Of de ‘polyfone klaagzang voor japanse vrouwen’, of de kwaliteitskruimels, of… L’histoire d’un amour fou is een boekje vol ontdekkingen. Het blijft in mijn boekenkast.

*

Volgende boek: Nachoem M. Wijnberg, Uit 7 (gekocht in Rotterdam, bij de koopjes op de 7de verdieping van Donner boekhandel, juni 2005).
Status: gelezen voor ik het boek had, in een geleend exemplaar van Olaf Risee.

 

No Comments »

Boekenkast

Topic: boekenkast|

Mijn boekenkast zit vol. Eerder dan onmiddellijk een nieuwe boekenkast te kopen, wil ik eerst kijken of ik wel alle boeken in mijn bezit wil behouden.
Zoals velen heb ik nog bijlange niet alle boeken in mijn bezit gelezen. Dat wil ik inhalen. De boeken in mijn boekenkast staan kriskras door elkaar, het enige criterium na mijn verhuis was de hoogte van de boeken. Daarom kan ik gewoon linksboven beginnen met lezen. Tegelijkertijd zal ik het last-in-first-outprincipe toepassen: nieuw aangekochte boeken zullen als eerste gelezen worden.
Verslag van mijn lectuur houd ik hier bij.

*

Eerste boek op het programma: L’histoire d’un amour fou van Anna von der Mühle (gekocht op 28 juni 2008 op de KunstSUPERette).
Status: al gelezen.

 

No Comments »

suspension of disbelief

Topic: zijgedachte|

Het kan altijd eens gebeuren dat een boek tegenvalt. Een voorpublicatie van Het grote uitstel van Marc Reugebrink bijvoorbeeld trok me aan door de stijl, maar ik heb bij het lezen van de roman zelf nooit echt het gevoel gehad dat ik dé jaren 70-roman aan het lezen was. Daarvoor spitst deze roman, die eigenlijk uit drie novellen met hetzelfde hoofdpersonage bestaat, zich te zeer op dat ene personage toe, en daardoor op maar op één aspect van die tijdsspanne. Een aspect dat me, in deze verhalende vorm, niet kon boeien.

Nu ik na enkele maanden aan de roman terugdenk, is hij vooral de roman van een stem, namelijk die van de alwetend-onzekere verteller. Voor mij zegt het voortdurende zoeken naar woorden en de zelfbevragende ‘tone of voice’ (de verteller geeft vaak zijn graad van zekerheid mee voor zijn formulering van de gevoelens en gedachten van de personages) meer over de crisistijden van de jaren zeventig en tachtig dan de gebeurtenissen in het verhaal en de me niet overtuigende spiegeling die de auteur in die gebeurtenissen gestoken heeft.

Het kan altijd eens gebeuren dat een boek tegenvalt, maar anders is het gesteld wanneer er fouten in een boek optreden. De anachronismen in Datumloze dagen van Jeroen Brouwers hebben voor mij het boek verpest. In het boek vertelt een terugblikkende oude man over de relatie tot zijn eerste vrouw en tot zijn enige, door hem ongewilde zoon. De afstotende krachten zijn met een ongelooflijke taalvirtuositeit beschreven, maar op het ogenblik van de bevalling loopt het mis. We krijgen het nog ongeboren kind te zien op een computerscherm en iets later botst de van zijn lot vluchtende man tegen een cliniclown aan. Ondanks het ontbreken van absolute tijdsaanduidingen in het boek (het heden van het verhaal speelt zich af na 9/11 en dat is het zo een beetje) wijst alles erop dat de zoon eind de jaren zestig geboren wordt. Toen werden de eerste, groezelige foetusfoto’s ontwikkeld - maar zeker nog geen bewegende beelden op een computerscherm - en was er van cliniclowns allerminst al sprake.

Vanaf dat ogenblik in het verhaal heb ik hoofdzakelijk voortgelezen op zoek naar bewijsmateriaal dat de auteur en redacteur géén fout gemaakt hebben, maar bewijzen daarvoor heb ik niet gevonden. Het genieten van de taal (ik zou hier graag bijvoorbeeld de omschrijving van die absurde cliniclowns citeren, maar ik vind het boek niet meer in mijn boekenkast) heeft het doorbreken van de ’suspension of disbelief’ niet kunnen compenseren.

Geen enkele recensent heeft bij mijn weten ook maar iets van deze anachronismen vermeld. Ben ik dan de enige die zich hieraan gestoord heeft?

x

 

1 Comment »