De autobibliografie van Xavier Roelens

header image

 

« Huis-, tuin- en keukenvlijt | Home |


Een terugkeer naar de vragen

Topic: Belgische politiek|

In de Humo van vorige week geven Bea Cantillon, Luc Huyse en Etienne Vermeersch hun visies op de huidige institutionele Belgische malaise. Het argument pro-Vlaanderen van Vermeersch is cultureel van aard: “Een natie is, naar een theorie van Benedict Anderson die ik volledig volg, een imagined community. Mensen stellen zich voor tot dezelfde gemeenschap te behoren, een gemeenschap waarin ze een zekere broederlijkheid ervaren, waarvoor ze ook bereid zijn te sterven én te doden. Zo’n natie komt tot stand door feitelijke netwerken: administratief, sociaaleconomisch, verkeerswegen enzovoort. Maar ook de communicatiemedia, die de gedachten en gevoelens sturen, spelen een fundamentele rol.
Welnu, the imagined community België bestaat niet meer in de geesten. [...]

Zo’n imagined community bestaat wel in Vlaanderen: je hebt daar geen Bekende Belgen maar wel Bekende Vlamingen, en die BV’s staan dan symbool voor een hele reeks zaken uit de populaire cultuur die mensen delen. Van Oostende tot Maaseik kunnen mensen met elkaar spreken over ‘Familie’ en Ann Van Elsen. Misschien zijn er nog wel mensen die zich Belg voelen, maar in feite zijn ze dat niet: ze wéten dat ze in Wallonië niet over Jan Leyers of Rik Torfs moeten beginnen.”

Ook Luc Huyse heeft duidelijk televisie gekeken: “[I]k pleit voor een omzichtig gebruik van de term regimecrisis. Ik noem het liever een zware depressie – laten we bij Frank Deboosere een goeie term uit de klimatologie halen. Een regimecrisis heb je als fundamentele afspraken tussen bevolkingsgroepen verstoord raken en als één groep alle vormen van overleg opblaast en eenzijdig zijn wil doordrukt. ik betwijfel of die laatste voorwaarde al is vervuld.
[...] Toen Kathleen Cools en Lieven Verstraete onlangs in ‘Terzake’ Bart De Wever ondervroegen over zijn klacht tegen Le Soir, maakten ze al de vergelijking met stammentwisten in Afrika en met rassentegenstellingen. Had ik erbij gezeten, ik was ontploft – wat een kleingeestigheid! Ik zou weleens willen weten wat er achter die continue behoefte om te dramatiseren zit. Denken sommige persmensen graag van zichzelf: ‘Ik ben journalist in de woeligste tijden sinds 1302′? Of zit er een politieke agenda achter? Want met dat soort terminologie creëert men wel degelijk een politieke realiteit.”

*

Enerzijds bevestigt het citaat van Huyse de bewering van Vermeersch. De verwijzingen naar mensen en gebeurtenissen vooronderstellen een imagined community die nog het best als ‘Vlaams’ omschreven kan worden. Wie buiten Vlaanderen weet dat Frank Deboosere een weerman is en Kathleen Cools en Lieven Verstraete twee tv-presentatoren van het politieke praatprogramma ‘Terzake’? Zelfs het jaartal 1302 doet niet bij iedereen zomaar een belletje rinkelen. Men zou kunnen denken dat Huyse blind is voor een maatschappelijke realiteit.

Maar ook Vermeersch heeft zijn blinde vlek. De VTM-soap Familie haalt dagelijks rond de 700.000 kijkers. Laten we ruim zeggen dat ongeveer anderhalf miljoen Vlamingen zou kunnen meepraten over de familie Van den Bossche. Kijkcijferhits als Sara halen een nog hoger getal, maar Vermeersch’ uitspraak blijft niettemin een veralgemening waar men heel voorzichtig mee moet zijn. Culturen zijn ficties, zijn tijdelijke gemeenschappen. Vermeersch had met hetzelfde aplomb kunnen beweren dat alle Belgen kunnen meepraten over een succesfilm als Titanic, over het weerbericht of over kroonprins Filip. Of hij had kunnen beweren dat de provincie Limburg een duidelijke culturele eenheid vormt die een ernstige vorm van autonomie verdient, afgaande op hun solidair provincialistische stemgedrag tijdens televotingspelletjes.

Alle gekheid op een stokje. Feit blijft dat er een culturele mythe kan opgemaakt worden van ‘de Vlaming’ en dat is niet iets wat van vandaag op morgen gebeurd is. Die mythe begon al toen men de Guldensporenslag als een Vlaams-Franse strijd ging afschilderen, of toen men na de Eerste Wereldoorlog de leugen begon te verspreiden dat Vlamingen alleen maar kanonnenvuur waren die onder onbegrijpelijke, want Franse, bevelen bewust een gewisse dood ingestuurd werden. Die mythe vond na de Tweede Wereldoorlog een onderkomen bij een verongelijkte minderheid van ‘zwarten’: mensen die zich niet naar de staatslogica wilden schikken die hen wegens collaboratie juridisch had gestraft, maar die de veroordeling van hun daden als een aanslag op hun ideeën beschouwden. In de verdrukking zijn alle diaboliseringen goed om zich staande te houden en om de schuldkwestie buiten zich te plaatsen. Of spreken we in de plaats van ‘verdrukking’ niet beter van: bij gebrek aan een gezonde vorm van zelfreflectie?

Na al die jaren heeft de mythe meer en meer terrein kunnen winnen en heeft nu sinds een tiental jaren een concrete uitlaatklep in de ‘Vlaamse eisen’. We zijn in de fase van de normalisatie beland, de fase waarin aan de kern, de Vlaamse mythe, niet meer getornd kan worden. De media zijn niet meer in staat om buiten een Vlaams-Waalse tegenstelling te denken. Elke enquête herleidt de tegenstelling tot feit, mensen worden gecategoriseerd als Vlaming of Waal, er is zelfs geen sprake meer van een Belgische regering: het is een federale regering. De journalistieke taal verzwijgt de Belgische mythe en neemt de Vlaamse mythe voor waar aan. (Misschien wordt het tijd om op zijn Klemperers een dagboek bij te houden.)

Zo zijn we terug bij het citaat van Luc Huyse en zijn vaststelling van het gebruik van oorlogstaal. Voorlopig bestond die enkel nog in vragende vorm, op de papieren van de interviewers die hun maatschappelijke verantwoordelijkheid veronachtzamen ten voordele van het dramatisch effect en de kijkcijfers. Maar op 14 juli sprak Mieke Vogels, Groen!-voorzitster, in een interview in De Morgen, haar angst uit voor een gewelddadige escalatie. Zoiets klinkt natuurlijk overdreven, tot iemand de woorden in de mond neemt.

*

De verwoestende kracht van mythes – de kracht die mensen aanzet om voor die mythe te doden en te sterven – zit verborgen in hun interpretatie van de feiten, in hoe ze de wereld naar hun hand zetten en de onaangenaamheden versluieren. Twee terechte vragen die Huyse zich stelt, helpen om anders naar de gebeurtenissen van de laatste dagen te kijken.

1. “Ik vraag me soms af in hoeverre het communautaire opbod geen vluchtheuvel is. Onze politici beseffen meer en meer dat ze in andere dossiers – de economische ontwikkeling, de globalisering, de internationale criminaliteit, klimaat, migratie, vergrijzing – nog maar over heel weinig hefbomen beschikken. Het zit visceraal in mensen om problemen uit de weg te gaan door de aandacht af te leiden. [...] Gooit men zich vandaag ook dààrom op een thema dat veel spektakel en drama garandeert, waardoor de Wetstraat-journalisten er dol op zijn?” (of: het communautaire opbod als bezigheidstherapie)

2. “De independentisten onderschatten bewust de kosten. Geen enkel bedrijf zou zich zo’n operatie kunnen permitteren zonder dat alles vooraf goed bestudeerd is: de economische, fiscale, culturele, juridische implicaties. Kan een land zich een splitsing veroorloven zonder dat allemaal te berekenen? [Een splitsing wordt] een onoverzichtelijke warboel, zeker als het uitroepen van een onafhankelijk Vlaanderen door het buitenland zou worden beschouwd als een secessie, een afscheiding. Vlaanderen zou geruime tijd in het luchtledige zweven. Dan is verdamping echt een risico.” (of: het communautaire opbod als blinddoek voor de gevolgen)


 

 


3 Responses to “Een terugkeer naar de vragen”

  1. Filip Says:

    CULTIVATIE VAN DE GEDRAGSKLOOF

    Belgische politici cultiveren hun zelf geschapen gedragskloof omdat zij er in de eerste plaats het meest belang bij hebben.
    Ze hebben deze gedragskloof zelfs nodig het is hun belangrijkste bestaansreden.

    Zonder gedragskloof immers geen zes regeringen, ongelukkig genoeg ligt ons lot in de handen van deze politieke leiders.

    Ken je ook het gezegde dat een volk de leiders verdient die het heeft.

    Ik kan in dat opzicht alleen maar zeggen dat de situatie zoals ze vandaag bestaat in de laatste plaats te danken is aan de goede Belgen en des te meer een bekrompen soort van micro nationalisme dat de Belgische welvaartstaat zelf in gevaar brengt - niets minder dan ons aller welzijn staat hier op de helling.

  2. Filip Says:

    BELGIQUE A L’AMERICAIN.

    De jongste tijd worden we steeds meer geconfronteerd met de almaar luidere roep naar een onafhankelijk Vlaanderen.
    Bewust gebruikt men in dat opzicht sympathiek klinkende termen zoals onafhankelijkheid en zelfbestuur terwijl het eigenlijk neerkomt op de vernietiging van België en meteen ook van de welvaartstaat zoals we die tot nu toe kenden.
    Velen zijn door de onophoudelijke propaganda die gevoerd wordt de mening toegedaan dat een onafhankelijk Vlaanderen inderdaad ook een verbetering voor Vlaanderen zou kunnen meebrengen.
    Die verbetering zou er in de eerste plaats komen door een forse kapitaalsinjectie in de Vlaamse economie , het geld dat men daarvoor nodig zou hebben is dan immers ruim voorhanden doordat er in een onafhankelijk Vlaanderen geen sprake meer zou zijn van de fameuze geldstroom van Vlaanderen naar Wallonië.
    Op het eerste zicht lijkt alles te kloppen als een bus maar voor wie tweemaal nadenkt komen algauw de nadelen en zelfs de totale rampspoed naar voor die een splitsing van België met zich mee zal brengen.

    Met de regelmaat van de klok verschijnen er in de media verhalen van goedkope Oost-Europese arbeidskrachten die hier de jobs van de lokale bevolking komen inpikken.
    Ook zien we dikwijls bedrijven van hieruit vertrekken naar deze lage-loon landen.
    Door de vele beslommeringen die zo’n délokalisatie met zich meebrengt laten gelukkig niet alle bedrijven zich tot een dergelijke verhuis verleiden.
    Geheel anders zal de situatie zijn wanneer men erin slaagt om België op te splitsen in twee delen of van zodra men zelfs maar de sociale zekerheid opsplitst.
    Wallonië zal er van dan af helemaal alleen voorstaan en zal niet meer over de middelen beschikken om een sociaal zekerheidsstelsel te financieren voor hun werklozen , ouderen en zieken.
    Deze nieuwe zelfgecreëerde straatarme buur zal zich bovendien genoodzaakt zien om vele mensen die nu nog in staatsverband tewerkgesteld zijn op straat te zetten door gebrek aan financiële middelen.
    Om brood op de plank te krijgen voor zichzelf en hun familie zal dit immens leger werklozen nu verplicht zijn om tegen elke prijs werk te vinden.
    Omdat de zware Waalse industrie (waardoor België en in het bijzonder Vlaanderen zich tijdens de moeilijke crisisjaren recht kon houden) op sterven na dood is zullen deze hopelozen zich massaal op het welvarende Vlaanderen richten.
    De Vlaamse industrie zal door zo’n groot en plots aanbod van werkwilligen aan lage loontjes rap hun keuze gemaakt hebben.
    Door de wet van vraag en aanbod en door onderlinge concurrentie gedreven zal zij niet anders kunnen dan deze sterk gemotiveerde werkzoekenden tewerk te stellen aan absolute minimumlonen.
    De desastreuze gevolgen zullen niet lang op zich laten wachten.
    Wie nu in Vlaanderen zijn job zal willen behouden zal bereid moeten zijn om ook aan deze voorwaarden te werken.
    Resultaat : Lagere lonen , verslechterende arbeidsvoorwaarden vermindering van levensstandaard en koopkracht en dus een ramp voor de middenstand en kmo’s.

    Daaruit zal onvermijdelijk volgen een vermindering van belastingsinkomsten voor de staat , waardoor ook hier in Vlaanderen de goede sociale voorzieningen (kinderbijslag,pensioenen,ziekteverzekering, enz…)voorgoed tot het verleden zullen behoren.
    Welvaart voor Vlaanderen door een onafhankelijk Vlaanderen , de slogan van de Vlaams nationalistische separatisten zal binnen de kortste keren tot een echte nachtmerrie verworden. Welvaart zal slechts nog een vage herinnering uit de goeie oude tijd zijn.

    Maar onze industrie zal er dan toch wel bij varen zullen sommigen opperen.
    Helaas ook hier zal dit geenszins het geval zijn want alhoewel de lonen zullen dalen zullen ze toch niet dalen tot op het niveau van de nieuw opgekomen industrielanden.
    Onze lonen zullen bevriezen op het niveau van de bestaands en loon minima die hier hoe dan ook nog altijd hoger zullen zijn dan die in de ex-Oostbloklanden en het verre oosten.
    We zullen dus Armer geworden zijn maar nog net niet straatarm en daardoor zullen we willens- nillens gedwongen worden enkel nog de goedkoopste goederen aan te kopen.
    In realiteit wil dat zeggen , enkel nog die goederen die geproduceerd werden in die lage-loon landen.
    Bedenk wel dat dit enkel maar mogelijk is dank zij de aan slavenarbeid grenzende condities waaronder deze mensen ginder moeten werken.
    En daartegenover zal zelfs onze industrie het loodje moeten leggen.

    In Wallonië zal intussen de toestand zo mogelijk nog schrijnender geworden zijn.
    De armlastige Waalse regering zal het aan zichzelf en zijn bevolking verplicht zijn om op zijn beurt tegen elke prijs werk te creëren en zal dat enkel kunnen doen door “vreemd” kapitaal aan te trekken voor nieuw op te richten industrieën in wat we tot nu toe als de groene long van België kunnen beschouwen.
    Niet meer geremd door enige Belgische wetgeving zal Wallonië zich als het ware automatisch gedwongen zien om aan investeerders de soepelste Europese bedrijfs,milieu en lonen ethiek aan te bieden.
    In dit geval zijn dit de loon en arbeidsvoorwaarden van de nieuw aangesloten Oost-Europese lidstaten.
    Men hoeft er geen moment over te twijfelen dat deze investeerders in de eerste plaats uit Vlaanderen zullen komen.
    Immers ,wie er tot nu toe tegen opzag om zijn bedrijf te verhuizen zal nu met een soort van tweede Roemenië op 30 km van zijn achterdeur geen seconde twijfelen.
    Kortom een neerwaartse spiraal die eenmaal als ze een feit is nog moeilijk zal om te keren zijn.

    Indien iedereen zomaar kritiekloos blijft meelopen in dit verdeel en heers beleid zal de prijs die we daar met z’n allen (industrieelen,zelfstandigen,kmo’s,loontrekkenden,hulpbehoevenende en vrije beroepen) voor zullen moeten betalen zeer hoog zijn.
    De eerste tekenen zijn reeds zichtbaar,moordende concurrentie voor de bedrijven,loonmatigingen,kafkaiaanse administratie,afbouw van de pensioenen,toenemende werkdruk etc…
    De welvaart die we tot voor kort kenden zal enkel nog iets zijn waar we met heimwee en weemoed aan zullen terugdenken…

  3. Filip Says:

    VAN VOLKSVERDEDIGER NAAR VOLKSVERRAAD .

    Van de Vlaamse strijd kan men zeggen dat (indien men die in zijn historische categorie plaatst waarin hij thuishoort) die ondubbelzinnig en duidelijk gerechtvaardigd was.

    Er is een tijd geweest waarin de zich van verschillende Vlaamse dialecten bedienende bevolking in België als tweederangsburgers werden beschouwd.
    De eersterangsburgers waren toen de zich van het Frans bedienende Bourgeoisie zowel in het zuiden als het noorden van het land, het waren dus niet zozeer de Vlamingen an sich die niet geacht werden maar wel zij die zich enkel maar in één van de Vlaamse dialecten konden uitdrukken.
    De burgerij en de vrije beroepen, de adel, de klerikale wereld zowel als de wetgevende en uitvoerende machten bedienden zich immers allen van het Frans als onderlinge omgangstaal.
    Het Frans had zich vooral dank zij de oprichting van de academie Française verspreid als het universele communicatiemiddel par excellence. Deze academie Française had zich als doel gesteld klaarheid te brengen in de Franse taal en het was zij die bepaalde wat voortaan als correct Frans
    beschouwd zou worden.
    Voor het eerst beschikte men zo over een officieel genormeerde levende taal.
    Dit Frans zou daardoor algauw de internationale voertaal worden op het Europese vasteland.
    Wie aldus deze taal beheerste beschikte over een bij uitstek geschikt instrument om in economisch, sociaal en politieke middens zijn eigen positie te onderhandelen.
    De erbarmelijke levensomstandigheden maakten het voor de verpauperde en vooral agrarisch en proletarische bevolking in Vlaanderen quasi onmogelijk om hun positie op enigerlei wijze via de geijkte kanalen tot verbetering te brengen omdat immers alle administratie in het Frans verliep.
    Het was dus noodzakelijk dat het Nederlands als officiële taal doorgang zou vinden bij de overheid, het onderwijs, de ambtenarij enz.opdat ook uniek Nederlandstalige Vlamingen de kansen zouden krijgen waarvan tot dan toe enkel Belgen die het Frans beheersten konden genieten.
    In het zuiden van het land had de gewone bevolking het voordeel reeds van nature uit Franstalig te zijn waardoor zij deze extra sociale strijd niet hoefden te voeren.

    De taalstrijd is dus niet een strijd geweest van Walen tegen Vlamingen zoals men in nationalistische kringen graag doet uitschijnen maar vooral een sociale strijd om erkenning van het Nederlands als officiële taal om zodoende iedere Belg waarlijk elkaars gelijke te maken.

    De omstandigheden zijn heden ten dage geheel anders, de revolutionaire waarheid van gisteren is vandaag triviaal geworden.
    De strijd is gestreden,aan alle rechtgeaarde eisen is voldaan.
    De Vlaamse beweging kan de boeken met een gerust hart dicht doen en tevreden terugkijken op een bewonderswaardig parcours.

    Intussen heeft er zich echter een verontrustende escalatie voorgedaan binnen deze Vlaamse beweging. Deze escalatie lijkt permanent van aard en voltrekt zich schijnbaar ongemerkt.
    Een nefast soort flamingantisme stak de kop op, dit flamingantisme uit zich niet langer als de verdediger van de Vlaamse zaak binnen het Belgisch (federaal) bestel maar heeft een uitgesproken vijandige houding aangenomen tegen alles wat maar van ver of dichtbij enig verwantschap heeft met België.
    Ondanks het onbetwistbare successtory van het Belgische natieproject (met een levensstandaard en kwaliteit die tot de beste ter wereld behoren) hebben zij het zich tot doel gemaakt om splinter voor splinter en op doordachte maar onverantwoordelijke wijze onze voorbeeldige welvaartstaat tot op de
    grond af te breken.
    Deze intussen geïnstitutionaliseerde en dus machtig geworden stroming laat niet na om zonder ophouden continue uitingen van ergernis ,nestbevuiling, subjectief afgeschilderde feiten gelardeerd met vrijblijvend ongenuanceerd en theoretisch gebazel de wereld in te sturen.
    Voor deze geraffineerd ten uitvoer gebrachte maar sterk manipulatieve propagandastroom gebruiken zij de intussen slaafs, want van hen afhankelijk geworden massamedia (waarin ze trouwens verschillende niet onbelangrijke machtsposities verworven hebben).
    Terzelfder tijd geven zij aan de hand van onrealistische mooie voorstellingen en het opdringen van valse verwachtingen blijk van een ongelooflijke naïviteit en een lichtgelovig optimisme ten overstaan van hun Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, het zijn symptomen van hun overdreven en
    ongegrond zelfvertrouwen.
    Alle heil voor de al dan niet sterk uitvergrote of dikwijls zelfs imaginaire problemen eigen aan België ligt in deze repetitief eenvoudig voorgestelde oplossing.
    Over de onvermijdelijke neerwaartse welzijnsspiraal dat dit alles met zich mee zou brengen rept men met geen woord, alle nadelen worden verloochend, verdrongen of geprojecteerd op anderen, conflicten worden achtereenvolgens gecreëerd, gepolariseerd en ten slotte geëscaleerd tot uiteindelijk het rauwe separatisme naar voor wordt geschoven.
    Via deze ingeoefende en tot gewoonten verworden politieke manoeuvres beïnvloeden en vergiftigen ze zo de publieke opinie in Vlaanderen.
    Aan de hand van deze subtiel opgezette maskerade sporen ze er de bevolking heimelijk toe aan om onbewust toe te geven aan het onderhuidse egoïsme aanwezig in ieder van ons.
    Dit is echter alleen maar mogelijk doordat men dit egoïsme niet als dusdanig ervaart, het werd immers bij voorbaat al gelegitimeerd door allerlei schijnrechtvaardigheden.

    Dat het verbreken van de gezamenlijk opgebouwde en in stand gehouden nationale solidariteit onvermijdelijk zal leiden tot een algehele verarming van de gehele bevolking is nochtans een vaststaand feit.

    Een belangrijk deel van de Vlaamse Volks Beweging (VVB) anno 2009 zou men in de huidige context dus beter kunnen omschrijven als Vlaamse Volks Bedrog.
    Alle initiële eisen uit hun ontstaansperiode (en meer) zijn intussen
    realiteit geworden.
    Het ontspoorde eisenpakket van de huidige dag heeft niets meer te maken met de Vlaamse zaak op welke manier dan ook.
    De sociale anomalieën die aanleiding waren voor de oprichting van de beweging lijken pervers genoeg diegenen te zijn die ze nu met hand en tand
    verdedigen.

Leave a Reply